weballey logo
 
left HTML - basis backnext right
hometoolssite mape-mail
inleiding
software
tags
< basis >
tekst
layout
plaatjes
achtergrond
tekstkleur
hyperlinks
samenvatting
publiceren
promotie
slot
     Start nu je editor op en type de volgende tekst in. Open ook een extra browservenster, dan kun je de gemaakte pagina regelmatig even bekijken. Je kunt dan meteen het effect zien van wijzigingen die je aanbrengt.
<HTML>
</HTML>
    Met deze twee tags geef je aan dat het bestand een HTML bestand is. Je zegt hier tegen de browser: hier begint een HTML-bestand (<HTML>), en hier eindigt het (</HTML>). Deze tags komen maar een keer op je pagina voor. Voor de <HTML> en na de </HTML> tag staat in principe niets.
<HTML>
<HEAD>
</HEAD>
</HTML>
    In elk HTML bestand staat een head, een hoofd. Ook deze wordt weer met twee tags aangegeven. Deze tags gebruik je ook maar een keer op je pagina. De HEAD komt direct na de <HTML> tag. Het belangrijkste wat in deze head komt te staan, is de titel van je pagina. Deze vind je later terug in de titelbalk van je browser. De titel geef je aan met de <TITLE> tag. Gebruik in de HEAD geen andere tags. Je kunt alleen een paar bijzondere tags in de HEAD gebruiken, die niet in deze cursus worden behandeld.
<HTML>
<HEAD>
<TITLE></TITLE>
</HEAD>
</HTML>
    Geef je pagina altijd een duidelijke titel. Wanneer bezoekers van je site een pagina bookmarken, komt alleen deze titel in de lijst te staan. En ook komt soms alleen de titel in de listings van search engines te staan. De titel zelf bestaat alleen uit tekst. Je kunt hier geen andere tags gebruiken. Ook de TITLE tags komen maar een keer op je pagina voor. Ze staan altijd binnen de HEAD tags.
<HTML>
<HEAD>
<TITLE>Duidelijke titel</TITLE>
</HEAD>
</HTML>

    Elk HTML bestand heeft een lichaam, aangeduid met de <BODY> tag. Tussen deze twee tags komt je eigenlijke inhoud van je webpagina te staan. Dus de tekst en de afbeeldingen die je later in het venster van je browser ziet verschijnen. Het wordt eentonig: ook de BODY tags gebruik je maar een keer op je pagina. De<BODY> tag staat direct na </HEAD > tag; de</BODY> tag staat als laatste voor de </HTML> tag.
<HTML>
<HEAD>
<TITLE>Duidelijke titel</TITLE>
</HEAD>
<BODY>
</BODY>
</HTML>
    Nu kun je het bestand opslaan op je harde schijf. Bewaar het als pagina.html. Op sommige computers kun je de extensie niet groter maken dan drie tekens, bewaar het dan als pagina.htm. Zet dit bestand in een aparte directory. Hierin bewaar je ook alle andere bestanden die deel uit gaan maken van je website.
    Iets wat heel vaak fout gaat zijn de bestandsnamen. De meeste webservers werken met het operating system UNIX. UNIX maakt in tegenstellling tot DOS of Windows onderscheid tussen hoofdletters en kleine letters. Bestand.html is dus iets anders dan BESTAND.HTML of BeStAnD.hTmL. Je kunt ze alledrie tegelijkertijd in een directory zetten. Het makkelijkst is altijd kleine letters of lower case te gebruiken voor je bestandsnamen.
    Je hebt nu je eerste webpagina gemaakt. Je kunt hem bekijken met je browser en op de server van je provider zetten. Het is een echte webpagina die aan alle regels voldoet. Je kunt het bestand aanklikken en als je je browser goed geinstalleerd hebt zal deze opstarten en je pagina laten zien. Het is alleen een beetje kaal: je krijgt een leeg scherm te zien. Met in de titelbalk de naam van je pagina.
   Wat je nu gemaakt hebt is een basispagina, een kapstok voor je webpagina. Je kunt deze pagina als 'template' gebuiken. Een onderlegger vanwaaruit je je volgende pagina's opbouwt. Je hoeft dit dan niet weer opnieuw in te voeren als je met een andere pagina begint. Elke webpagina, hoe ingewikkeld ook, bevat deze elementen. Nogmaals: ALLE hierboven genoemde tags gebruik je maar één keer per pagina. Doe je dat niet, dan kan je webpagina er wel eens heel anders uit gaan zien dan je bedoeld hebt.
goto top  
leftCopyright © Gerben Hoekstra - Alle rechten voorbehouden backnext right